Net als in de rest van Nederland groeit ook in Delft het aantal meldingen over mensen met onbegrepen of overlastgevend gedrag. De politie kan hier niet altijd passend op reageren. Om de zorg voor deze mensen te verbeteren, zijn de politie en Delft Support vorig jaar gestart met het Delfts Politie Project (DPP). Arno en Max van politie Delft en sociaal-psychiatrisch verpleegkundige (SPV) Floor van Delft Support vertellen over hun ervaringen.
Wat houdt het Delfts Politie Project in?
Floor: “Sinds februari van 2025 is er binnen kantoortijden een SPV van Delft Support aanwezig op het politiebureau. Als er een E33-melding [zie hieronder] binnenkomt, kan de agent mij meevragen of bellen ter consultatie. Wij schatten de situatie in, bespreken wat een persoon nodig heeft of we nemen contact op met bestaande hulpverlening. Verder zijn we op het politiebureau beschikbaar voor vragen van politiecollega’s over onbegrepen gedrag. Er komen ook mensen met onbegrepen gedrag aan de balie van het politiebureau. Ook dan kan ik als SPV ingezet worden. En als we niet aanwezig zijn, nemen we daarna alle E33 meldingen door, om te beoordelen of er toch nog een zorgactie nodig is.”
Waarom was het DPP nodig? Welk probleem lost het op?
Arno: “De overlast van verwarde personen is toegenomen. Dat trekt een zware wissel op de politiecapaciteit. We zijn soms zo een paar uur bezig met een melding. Floor kent door haar werk vaak de persoon en de eventuele behandelaar. Zij kan het psychiatrisch beeld inschatten en de benodigde zorg. Zij spreekt de taal in zorgland. Dat scheelt ons veel bellen en uitzoekwerk.”
Floor: “Door mijn achtergrond neem ik medische kennis mee. Er zijn verschillende oorzaken van onbegrepen gedrag. Zo kan iemand die dementerend is, verward zijn, maar ook iemand met een onbehandelde blaasontsteking.”
Max: “De afstand tussen de betrokken partijen was ook te groot. Als we een inwoner hadden aangemeld bij Meldpunt Bezorgd, wisten we vaak niet wat er met de melding gebeurde. We hadden behoefte aan nauwere samenwerking.”
Wat zijn de eerste resultaten?
Max: “We zien dat de lijntjes korter zijn en dat problemen sneller worden opgepakt. We kunnen inwoners zo beter en sneller helpen met een juiste inschatting van de situatie.”
Arno: “Daarnaast leren alle agenten van Floor meer over de omgang met mensen met dit gedrag. Vanuit de basisopleiding hebben we natuurlijk wel gesprekstechnieken geleerd. Maar dat is niet vergelijkbaar met een opleiding in de psychiatrie. Zij weet vaak de juiste snaar te raken. Zij coacht ons om een inwoner sneller rustig te krijgen. Daarnaast heeft Floor de connecties om snel bij het juiste loket te komen.”
Floor: “Alleen al dat je elkaar beter kent, is een belangrijk resultaat. Ik kan in het DPP mijn uitgebreide zorgnetwerk inzetten, waardoor de lijnen voor politie en eventueel bestaande zorgverleners korter zijn. Hierdoor kunnen politie en hulpverlening sneller schakelen. Of er kan alsnog hulpverlening worden ingezet, als die nog niet betrokken is. We leren ook van elkaar over de mogelijkheden en beperkingen in het werk van de ander. Dat leidt tot meer begrip.”
Kun je een voorbeeld geven van een situatie?
Arno: “Soms krijgen we bijvoorbeeld een melding van iemand die in onderbroek op zijn balkon staat te schreeuwen. Dan vragen we of Floor meegaat, of we bellen haar. Dan overleggen we: is hij bekend bij jullie? Heeft hij al een begeleider? Zij zorgt dan dat zijn bestaande hulpverlener direct op de hoogte is óf ze schakelt de juiste hulp in.”
Hoe zien jullie de toekomst van dit project?
Arno: “We gaan hier absoluut mee door. Nu we elkaar eindelijk goed weten te vinden, willen we elkaar natuurlijk niet loslaten. Verder hopen we dat nog meer ketenpartners aansluiten, zoals de GGZ, Perspektief, verslavingszorg. Hoe korter de lijntjes, hoe beter en sneller de juiste hulp tot stand komt.”
Floor: “We lopen soms wel aan tegen de privacywetgeving. Wij moeten het onderscheid maken tussen ‘need to know’ en ‘nice to know’ bij het uitwisselen van informatie. Dat luistert soms nauw. Terwijl het voor het welzijn van een inwoner soms echt beter is, als we meer met elkaar mogen delen. Bijvoorbeeld: een inwoner vertoont onbegrepen gedrag op straat, waarvoor omstanders de politie bellen. Omdat er op dat moment geen direct gevaar is, kan de crisisdienst van de GGZ niet ingeroepen worden. Ik kan dan echter ook niet bij de GGZ navragen of die persoon wel bij hen in zorg is. Dat frustreert soms wel.”
Max: “Nu we elkaar goed kennen, lopen we sneller een stapje harder voor de ander. We denken met elkaar mee over de beste oplossing. Uiteindelijk willen we allemaal dat het beter gaat met een inwoner. Welk uniform je ook aan hebt.”
___________________________________________________________________________________________________________________________________________
Wat is een E33-melding?
Een E33-melding is een melding van overlast door een verward of overspannen persoon. Bij deze meldingen is geen sprake van een strafbaar feit. Bij verward gedrag gaat het om personen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen. Het kan zijn dat iemand kampt met verschillende aandoeningen of beperkingen, zoals psychische problemen, een licht verstandelijke beperking, dementie of verslaving. Maar ook personen met levensproblemen die hen boven het hoofd dreigen te groeien, kunnen verward gedrag vertonen. Denk dan aan ernstige schulden, dakloos zijn of verlies van dierbaren. Vaak gaat het om een combinatie van factoren.