Bij Team Wmo werken twee oudgedienden: Coby en Marjan. Marjan werkt nog altijd door sinds haar pensioen inging in november 2025, Coby neemt in juni afscheid, als ze 67 wordt. Beide krijgen nog geen genoeg van het werk: “We brengen veel ervaring mee, maar leren ook van onze jongere collega’s.”

Coby en Marjan hebben inmiddels ruime ervaring binnen de Wmo. Coby werkt al sinds 1994 voor de Wmo (toen nog Wvg). Eerst bij de gemeente en sinds 2018 voor Delft Support. Marjan werkt sinds 2015 voor de Wmo en daarvoor in het ouderenwerk. Beide adviseurs hadden geen vooropleiding in deze richting, maar hebben zich het werk langzaam eigen gemaakt. Coby: “Ik ben begonnen met de administratie. Uiteindelijk werd ik Wmo-adviseur. Ik deed vooral somatiek, dus voor mensen met een lichamelijke beperking, en dat ben ik blijven doen.” Ook Marjan had eerst weinig specifieke kennis van doelgroepen. “Maar ik heb steeds meer bijgeleerd, door trainingen te volgen en gesprekken te voeren. Nu heb ik cliënten met psychische problemen, en vooral met autisme. Ook ben ik pgb-specialist en ik begeleid alleenstaande minderjarige vluchtelingen.”

Mooi werk
Wat is er zo leuk aan het werken bij de Wmo, dat ze het al jaren volhouden? Coby vindt het mooi dat ze alle leeftijden tegenkomt, van nul tot 100. “Ik vind elke ontmoeting met mensen interessant. Ben altijd benieuwd naar het verhaal achter de client. En het is dankbaar werk: met aanpassingen of voorzieningen kunnen mensen weer zelfstandiger functioneren.” Marian voegt daaraan toe: “Ik kan me elke keer weer verwonderen in gesprekken. Met gezonde nieuwsgierigheid de vraag achter de vraag achterhalen. In de psychiatrie zie ik mensen worstelen, dat is zo ingrijpend. We kijken dan wat we kunnen inzetten om iemand beter te krijgen. Liefst voor de langere termijn. Mooi als dat lukt.”

Professionele afstand
De adviseurs hebben in de loop der jaren wel geleerd om professionele afstand te bewaren. Marjan: “Ik heb soms huilende moeders aan de telefoon, dan ga ik niet meehuilen. Daar hebben zij niets aan. Ik blijf dan rustig en denk met hen mee: wat is nu nodig? Maar soms blijven situaties je natuurlijk wel bij.” Dat herkent Coby ook: “Wij zien ook kinderen die ernstig ziek zijn. Die heb je dan intensief begeleid en die overlijden dan. Dat is echt wel moeilijk. Dan heb ik soms tranen in mijn ogen. Maar ik behoud mijn professionele afstand en ga dan bijvoorbeeld niet naar de begrafenis. Anders komt het te dichtbij, dan houd je dit werk niet vol.”.

Ontwikkelingen in werk
Het werk is in de loop der jaren wel veranderd. In positieve zin, vinden de beide adviseurs. Coby: “Vroeger was het meer: u vraagt, wij draaien. Nu kijken we beter of iets echt nodig is. Is er geen andere oplossing? Zijn er geen andere mensen die iets kunnen betekenen? Een goede ontwikkeling: mensen kunnen soms meer dan ze denken. Maar daar voeren we soms wel pittige gesprekken over.” Technisch is er tegenwoordig wel meer mogelijk. Coby: “Door ontwikkelingen in hulpmiddelen en voorzieningen kunnen mensen vaker en langer thuis blijven wonen.” Marjan prijst de mogelijkheden bij Delft Support om bij te blijven bij de nieuwste ontwikkelingen. “We krijgen veel scholing, over de wet en over doelgroepen. Maar ook bijvoorbeeld over gesprekstechnieken of agressietraining. We moeten tenslotte goed onderbouwd onze taak kunnen uitvoeren.”

Van elkaar leren
De twee oudgedienden leren nog graag van hun jongere collega’s en níet alleen als het inloggen weer eens niet lukt. Coby: “Jonge mensen hebben soms een andere kijk op dingen. Ik vind het leuk om dan hun mening te horen, daar sta ik nog altijd voor open hoor.” Ook Marjan vindt het belangrijk om een ‘open mind’ te houden. Andersom brengen zij natuurlijk ook hun ervaring in. Marjan: “Ik bied altijd mijn hulp aan bij moeilijke gesprekken. Wij hebben zoveel situaties al eens meegemaakt.” Coby: “We hebben ook echt een fijn team. Ik voel me ook niet hun moeder hoor, we zijn echt gelijkwaardig als collega’s. Als ze u gaan zeggen, dan zeg ik er wel wat van.”